Bijbelles

  • Planten en begieten in het leven van kinderen

Gezinsmoment – zien op Jezus alleen (2)

Date: september 9, 2015 Author: Amanda Categories: Bijbelles, Uitgelicht 2

SERIE: ZIEN OP DE HEERE JEZUS ALLEEN (2)
THEMA: FEIT – GELOOF – GEVOEL
 
Doel:
De kinderen leren op wat voor manier FEIT, GELOOF en GEVOEL met elkaar samenhangen. De kinderen leren inzien dat ons GELOOF alleen gebaseerd kan zijn op FEIT en dat feit in kan gaan tegen datgene wat we op dat moment VOELEN of met ons verstand kunnen begrijpen. Ze ontdekken dat wat we voorop hebben in ons geloofsleven gevolgen heeft voor onze geloofswandel. 
 
 
Uitleg trein:
Locomotief: FEIT – Wat in de Bijbel staat geschreven
wagon 1 : GELOOF – ons vertrouwen in wat in de Bijbel staat geschreven.
wagon 2 : GEVOEL – een gevolg van ons geloof

     

  • De locomotief gaat voorop. Wat God zegt in de Bijbel is een vaststaand FEIT.
  • Daarna komen pas het GELOOF (wagon 1) en vervolgens het GEVOEL (wagon 2).
  • De locomotief (FEIT) kan wel de wagons trekken, maar de wagons (GELOOF EN GEVOEL) kunnen nooit de locomotief trekken.
  • Geloven betekent dat ik erop vertrouw dat Gods feiten 100% waar zijn, ook al voel ik daar (nog) niets bij.
  • Ons gevoel bedriegt ons vaak daarom kunnen we daar niet op vertrouwen.
  • God zegt nergens in de Bijbel dat ik moet voelen dat Hij mij gered heeft of wil redden, maar Hij vraagt van mij dat ik geloof. Dat geldt ook voor bijv. het feit dat God voor ons zorgt en ons liefheeft. Dat moeten we niet voelen, maar mogen we geloven, omdat het staat geschreven.
  • Er kan wel gevoel bij komen, zo kun je  een diep gevoel van vrede of van blijdschap hebben.
    Dit kan ook weer weggaan. Door omstandigheden kunnen we geneigd zijn iets anders te geloven of voelen dan datgene wat geschreven staat in de Bijbel. Daarom is het belangrijk dat ons geloof gebaseerd is op feiten uit Gods Woord.

 
Inleiding:
Zorg dat je vantevoren de trein ( pdf-logo-01klik hier ) op stevig (gekleurd) papier hebt uitgeprint en uitgeknipt. Plak de treintjes in de juiste  volgorde (FEIT – GELOOF – GEVOEL) met plakgom op de strook of leg de strook op de tafel met daarop de treintjes.
 
Vraag:

  • of de kinderen het verschil weten tussen een locomotief en een wagon, of de wagon ook de locomotief of een andere wagon kan trekken.
  • wat er zou gebeuren als er in plaats van een locomotief een wagon voorop staat (staat de trein stil)
  • Wat er op de wagon en locomotief staat geschreven
  • Of de kinderen de betekenis kennen van GEVOEL, GELOOF en FEIT en het verschil daartussen.

 
feit geloof gevoel
 
Gebruik één van de Bijbelverhalen die je kunt vinden onder ”toepassing” om de betekenis en het verschil tussen FEIT, GELOOF en GEVOEL duidelijk te maken. Je kunt ook gebruik maken van onderstaand voorbeeld: 
 

Je woont in Zwolle en moet naar Amsterdam met de trein.
Op reisadvies.nl zoek je op hoe laat en waar deze trein vertrekt.
Je leest dat de trein om 13.25 op spoor 1 B vertrekt.

Dit is een feit en je gelooft het.
Omdat je dit gelooft sta je om 13.25 bij spoor 1B
Als je de trein aan ziet komen, stap je in.
Ook al heb je nog nooit met deze trein gereisd en kun je het treinstation van Amsterdam nog niet zien, toch geloof je dat deze trein jou naar Amsterdam brengt, omdat het geschreven staat op reisadvies.nl.
Als de trein stopt in Amsterdam stap je uit en je ervaart dat wat geschreven staat op de website en wat jij geloofde klopt.

 
Verwerking
Laat de kinderen zelf een trein maken. Vraag of ze een voorbeeld uit hun eigen geloofsleven weten of misschien een Bijbelverhaal kennen waarbij ze de  volgorde kunnen benoemen en de gevolgen daarvan.  Als de kinderen niets weten kun je één uit de Bijbelverhalen genoemd bij ”toepassing” kiezen en bespreken.
 
gevoel of geloof
 
Toepassing
Pas deze geloofstrein toe op de Bijbelverhalen of dagelijkse situaties van kinderen, die de komende tijd aan de orde komen.
Besrpeek met hen wat de hoofdpersoon (personen) voorop laten gaan.
– Hoe herkennen ze dat en
– wat zijn de gevolgen daarvan.
 
Voor jonge kinderen kun je het eenvoudig houden door dit aan te laten sluiten op het vorige gezinsmoment in deze serie.
Je vraagt niet of GELOOF, GEVOEL of FEIT voorop staat, maar of de hoofdpersoon (personen) in deze Bijbelse geschiedenis, (zonder dat zij het zien) wel of niet op de Heer vertrouwen.
 
Voorbeelden Bijbelverhalen:

    • NoachFEIT God spreekt ”Bouw een ark” Noach GELOOFT – als God de deur sluit en de regen komt ERVAART Noach dat wat hij geloofde klopt
    • Jozua en Kaleb FEIT God is bij machte het land Kanaän in de handen van de Israëlieten te geven- Kaleb en Jozua GELOVEN dat – later ERVAREN zij dat dit zo is. De 10 andere verspieders  GELOOFDEN niet dat ze tegen dat sterke volk op konden ”zij zijn sterker dan wij” – ze werden bang (GEVOEL) en kwamen in opstand tegen God door niet te vertrouwen op wat de Heere God eerder tot hen had gesproken en voor hun eigen ogen had gedaan (FEITNum 13 en 14
    • Petrus ging lopend over het water naar de Heere Jezus toe, nadat hij Jezus gevraagd had om hem daarvoor het bevel te geven – Jezus gaf dit bevel en zei: ”Kom” (Zijn (ant)woord = FEIT), maar toen lette Petrus niet op Jezus Zijn woorden ”KOM”,maar op de sterke wind – hij werd bang (GEVOEL) – en GELOOFDE niet dat het mogelijk was om op het water te lopen, hij begon te verdrinken- het verwijt van Jezus is: Kleingelovige, waarom GELOOFDE je niet in wat ik had gesproken (FEIT) Mat 14:22-36 
       
      * Zie de dubbele  foto hierboven hoe je aan kunt geven met de trein hoe het mis kan gaan.

 
Geloven kan in gaan tegen wat wij ervaren op dat moment.
We moeten niet wachten tot het gevoel er is of het geloof volgens ons verstand en beredeneren klopt.
We moeten leren vast te houden aan feit, Gods Woord en steeds ons geloof daarop baseren.

 

trein banner

 

 
 
 

Tags:

2 Berichten: "Gezinsmoment – zien op Jezus alleen (2)"

  1. Published by: Ariella Date: 15 september 2015

    Beantwoorden

    Mooi! Dank je wel!

    1. Published by: Amanda Date: 20 september 2015

      Graag gedaan

Verstuur bericht

*